Takla's
Takla's
De eerste keer dat ik Takla's zag was op de markt in Barneveld. Uit een mand vol met deze dieren verhuisde een koppel witte Takla's richting Driebergen. Al snel bleek dat het gemakkelijke dieren waren die bovendien kort doch goed vlogen.
De Takla behoort tot de tuimelaargroep. Het is een zeer oud ras dat al aan het begin van de jaartelling gehouden werd door nomadische Turken die toen nog ten noorden van China woonden. Op hun reis naar het huidige Turkije verspreidden zij deze duiven over geheel Azië. Vele rassen die daar nu voorkomen voeren dan ook bloed van dit duivenras en wel speciaal de groep van de klaptuimelaars.
In Nederland zijn zij beter bekend als Turkse rollers wat echter een verkeerde naam is. Dat het een tuimelaar en geen roller is, zien we al gauw tijdens het vliegen. Bij een roller zijn de afzonderlijke salto's namelijk niet zichtbaar hetgeen bij deze dieren wel het geval is. Verder betekent het woord Takla in het Arabisch tuimelen. Een betere naam is dus Turkse tuimelaar.
Rustige duif
In het hok zijn het zeer gemakkelijke duiven. Ze zijn zeer mak en broeden uitstekend. Typisch daarbij is dat ze het liefst op zeer donkere plekken broeden en daarvoor bereid zijn om overal onder of achter te gaan zitten. Waarschijnlijk is dit nog een overblijfsel van hun voorouders die holenbroeders waren.
Ze scharrelen graag met z'n allen op de bodem van het hok en zijn duidelijk op elkaars aanwezigheid gesteld. Deze eigenschap kun je uitbuiten tijdens de training en het binnen halen van je duiven.
Deze sterke familieband is ook aanwezig tijdens het opkweken van de jongen. Als deze namelijk zijn uitgevlogen worden ze nog vrij lang door de doffer en anderen gevoerd terwijl ze vrij op de grond lopen. Een duidelijke aanpassing aan het Turkse klimaat met zijn koude perioden. Deze eigenschap maakt ze ook tot ideale pleegouders voor andere duiven zoals in mijn geval Gaditano's.
Vliegstijl
Het vlieggedrag van de Takla is moeilijk te beschrijven. Dit komt voornamelijk omdat de naam Takla eigenlijk een verzamelnaam is voor meerdere duivenrassen. Elke streek heeft namelijk zijn eigen Takla-soort die wordt genoemd naar de plaats waar hij vandaan komt. Doordat deze vormen alle gedurende lange tijd in afzondering gefokt zijn ontstonden er dieren met een eigen vliegstijl en ook vaak kleur.
Toch hebben de dieren ook veel gemeen. De meest voorkomende vliegstijlen zijn, snel stilstaand in de lucht achterwaartse salto's maken, naar beneden gaand salto's maken, horizontaal vliegend salto's makend en vlak voor het landen al salto makend in een rechte lijn weer opstijgen. Dit laatste noemen we paalklimmen. Tijdens het maken van hun salto's slaan de vogels hun vleugels luid klappend tegen elkaar wat hun de naam klaptuimelaars bezorgde. Een ander gemeenschappelijk kenmerk is dat ze tijdens het salto's maken hun pootjes naar voren houden alsof ze willen gaan landen.
De hoogte waarop ze vliegen is ook zeer verschillend. Er zijn stammen die constant hoog vliegen terwijl anderen niet boven de nok van het huis uit komen. Vaak vliegen ze daarbij uiterst snel en zijn ze erg wendbaar. Je verbaast je er vaak over dat ze nergens tegen aan vliegen als ze met grote snelheid tussen de huizenblokken door scheren. Een voordeel is dat ze hierdoor moeilijk te pakken zijn door roofvogels.
Jonge vogels vliegen in het algemeen hoger en langer dan oudere die al tuimelen.
Door dit intensieve tuimelen hebben oudere dieren vaak moeite bij de landing. Het is dan ook van belang dat de landingsplaats zo groot mogelijk is. Een ruimte van enige vierkante meters is eigenlijk wel nodig. Een hok met een plat dak of een tuinhok met een grasveldje voor de deur is dan ook ideaal. Ook op kleinere oppervlakten gaat het wel maar vroeger of later krijg je een keer problemen met enige duiven.
Fok
De fok is eenvoudig en je hok zit dan ook zo vol. Het beste is het om ouders te gebruiken die zo lang mogelijk vliegen en daarbij goed tuimelen. Als het niet anders kan neem dan een matig tuimelende duif en een te veel tuimelend exemplaar. Doch wees streng bij de selectie van de jongen daar ze anders te veel gaan tuimelen en niet meer normaal kunnen landen. Er zijn stammen die na ongeveer een jaar zo frequent tuimelen dat je ze niet meer los kunt laten omdat ze overal tegen aanvliegen. Deze dieren tuimelen zelfs in hun hok als ze vanaf hun zitplaats naar de voerbak vliegen. Ze worden vaak bang om van hun plaats af te komen omdat ze overal tegen aan vliegen. Mijns inzien een ongezonde zaak. Gebruik deze dieren dan ook niet voor de fok.
Als de jongen uit het nest zijn met zo'n 28 dagen zet ze dan zo snel mogelijk boven op het hok om de omgeving te verkennen. Dit is niet al te moeilijk daar Takla's behept zijn met een meer dan goed oriëntatie vermogen. Een paar dagen later kun je ze al los laten en beginnen ze met de eerste rondjes. Het duurt echter vrij lang voordat ze wat langer gaan vliegen. Wees dus geduldig.
Training
Als ze eenmaal vliegen dan kan de training beginnen. Probeer indien mogelijk om ze elke dag even te laten vliegen. Ikzelf hou me aan de Turkse manier om de duiven te startten namelijk door ze omhoog te gooien. Zorg hierbij dat je je vingers om de duif houdt en niet met je vingers in de buik knijpt om beschadigingen te voorkomen. Op deze manier start je ongeveer drie jonge duiven met twee ouden. Als je ziet dat ze uitgevlogen zijn drijf je met een stokje de overige duiven uit het hok en de vliegende landen onmiddellijk bij hun familie. Hierna is het een koud kunstje om de gehele troep weer in het hok te drijven. En je kunt de volgende jonge dieren starten.
De vliegtijd die je kunt bereiken varieert per stam van een minuut of vijftien tot wel twee uur. Jonge dieren vliegen over het algemeen eerst vrij lang en zeer hoog doch op het moment dat ze gaan staart rijden neemt dit drastisch af. Als ze gaan staart rijden begint het tuimelen en kun je snel zien wat voor soort Takla je hebt.
Zitten er paalklimmers bij train deze dan alleen en zorg ervoor dat er veel droppers op het dak zitten om het gedrag te stimuleren. Wees verder voorzichtig met deze dieren daar ze veel moeite hebben bij het landen.
De Takla is een duif die je kunt vliegen bij alle weersomstandigheden. Pas op bij sterke wind met dieren die vaak stilstaand in de lucht tuimelen daar het mogelijk is dat ze afdrijven. Vlieg de duiven zo vaak als mogelijk is daar stilzitten ervoor kan zorgen dat ze zo in een tuimelpatroon raken dat vliegen onmogelijk wordt. Gebeurt dit laat deze dieren dan niet meer vliegen. Dit gebeurt gelukkig niet vaak.
Nieuwe duiven uitwennen
Krijg je nieuwe dieren van een ander hok wen ze dan gedurende veertien dagen aan je eigen hok en zet ze zo vaak mogelijk in een kooi op het hok. Als je ze dan loslaat dan zijn ze vaak snel vertrokken. Wanhoop niet want ze gaan gewoon de omgeving verkennen en zitten meestal de volgende morgen weer op je hok.
Nog even een korte omschrijving van de duif zelf. Ze zijn middelgroot en hebben een gestrekt lichaam. De poten zijn bekousd en de dieren zijn verder gladkoppig of hebben een enkele of dubbele kap. De staart heeft 12 tot 14 staartpennen, waarbij vooral Turken gek zijn op dieren met 14 staartpennen. Ze zijn er verder in alle mogelijke kleuren. Er is een tentoonstellings standaard. Gebruik deze maar liever niet, doch selecteer ze op hun vlieg eigenschappen. Als je een leuke gemakkelijke duif wilt probeer ze dan eens, succes.
Sijmen van Mourik