De Memeler hoogvlieger.

 

 

 

      In ons VDS magazine lees ik allerlei verhalen over diverse duivenrassen en over de belevenissen die mensen er mee hebben. Daarom wil ik ook een poging wagen een stukje te schrijven over mijn duiven. Ik ben ruim twee jaar terug begonnen met de Memeler hoogvlieger. Ik heb vele jaren postduiven gehad en zocht naar een goede vervanger. Ik wilde een duif die niet het veld op zoekt. Postduiven gaan heel graag naar de akkers, maar de boeren vinden dat uiteraard helemaal niet leuk. Verder wilde ik een duif die niet gemakkelijk verloren gaat. Ik had me al wat verdiept in vliegduiven rassen en wat me op viel, was dat sommige duiven bij bepaald weer zomaar kunnen verdwijnen. Ook uit verhalen van liefhebbers hoorde ik dit verhaal. Dat wilde ik dus niet. Ook wilde ik duiven die gezond zijn zonder dat ze allerlei middeltjes nodig hebben. Welke postduivenliefhebber durft het nog wagen zonder pilletjes en poeiertjes? Ook een hoogvlieger die de hele dag onzichtbaar in de lucht staat had niet mijn voorkeur.

 

Op Internet las ik over de Memeler hoogvlieger. Deze was oorspronkelijk ook gebruikt als berichten verzender, net als de postduif. Kwijtraken leek me daardoor al veel minder snel te gebeuren. Deze duif heeft immers een goed oriënteringsvermogen. De paar foto's die ik zag van deze duif spraken me ook erg aan.

De Memeler heeft een bijzondere kop, met heldere lichte ogen. De snavel is behoorlijk kort. Het zijn lange vogels, met goed ontwikkelde vleugels. Ze zijn net zo groot als een postduif, alleen is het gewicht geringer. Ze vinden een beetje vechten in het hok wel een goed tijdverdrijf, maar zo agressief als een postduif zijn ze zeker niet.

 

Ik heb op een gegeven moment contact gezocht met de secretaris Arie Dekker van de Danziger en Memeler Hoogvliegclub. Het bleek dat er nauwelijks liefhebbers in Nederland zijn die ze hebben. Arie vertelde mij dat hij om gezondheidsredenen al zijn duiven weg moest doen. Zodoende ging ik naar Heerde, waar hij woont en kon uitzoeken op het hok. Prachtige vogels zag ik in allerlei kleuren. Vier koppels heb ik gekocht, zodat ik een variatie aan kleuren zou kunnen gaan fokken. Het schijnt dat de Memeler in meer dan 40 kleuren voor komt. Dat zag ik helemaal zitten. Bij de postduiven had ik ook altijd een zwak voor kleuren, maar de prestaties gingen altijd voor. Dit leek dan ook mijn kans. Niets bleek minder waar. Ik heb volop gekweekt uit de vier koppels. Ik kweekte veel jongen die voerblindheid hadden. Ze pikten wel naar het voer, maar steeds naast de korrels. Dit had ik bij m'n postduiven nooit meegemaakt. Al die jongen moesten dus vertrekken. Van de overige bleken diverse slecht door de rui te kunnen komen. Velen kregen zogenaamde buispennen en wilden en konden daardoor niet goed meer vliegen. Er bleven dus maar een paar duiven over. Bovendien was het vliegen erg slecht. Tien tot twintig minuten vliegen en het was echt voorbij. Het dak van de buurman trok hen meer dan de blauwe lucht. Wat me wel op viel, was, dat er een paar goede duiven tussen zaten. Dezen waren alle drie zussen en alle drie wit en twee witte doffers uit een ander koppel. De broertjes van de witte duivinnen waren prachtig opgekomen, maar allemaal voerblind.

 

De duiven hadden dus echt moeite zich aan te passen aan hun nieuwe milieu. Het enige wat ze van mij krijgen is een prima hok (mijn postduiven vlogen er erg goed op) en schoon water met goed voer, waar doorheen veel gerst. Het hok uitmesten doe ik niet. Stro van de boer over de vloer waarin ze heerlijk kunnen liggen luieren in de zon is alles wat ze hebben.

Ik woon op twee kilometer van de Waddenkust. Blijkbaar zitten daar geen roofvogels, want ik laat al zolang ik duiven heb ze ook in de winter zo vaak mogelijk vliegen, zonder verliezen.

Het jaar er op ben ik door gegaan met kweken. Het gekke was dat er geen enkel voerblind jong geboren werd. Bovendien was de bevedering ook beter. Er werden veel jongen gekweekt in allerlei mooie en minder mooie kleuren (wie bepaalt wat mooi is?). Toch begon mij op te vallen dat de witten strakker in hun verenpak zaten dan de bonten en ik meende dat die ook beter wilden vliegen. Dit was meer gevoel dan dat het bewezen was, want ze vlogen altijd met elkaar.

 

 

Op een gegeven moment kwam ik toch voor de keuze te staan welke ik weg moest doen. Ik volgde uiteindelijk mijn gevoel en misschien ook wel een beetje mijn kennis van duiven. Ik behield alleen de witten omdat die toch het mooiste (strakste) verenpak hadden. Wat bleek vrijwel onmiddellijk? De duiven vlogen in plaats van een half uur plotseling een heel uur. Dus was mijn gevoel toch juist geweest. Dit uur is inmiddels al meer dan twee uur geworden.

 

        Terwijl ik dit verhaal zit te schrijven (5 januari 2008) is het koud en regenachtig. De duiven zijn net een paar dagen gekoppeld, maar vliegen al twee en een half uur en lijken nog niet te willen landen. Duiven koppelen met vorst lukte met mijn postduiven niet zonder een goede voorbereiding. De Memelers trekken er zich niets van aan, zo lijkt. Ik heb ze gekoppeld omdat de gescheiden duivinnen twee aan twee in een hoekje kropen.

Ik denk dat ik op de goede weg ben met de duiven die ik nu bezit. Mijn streven is om een supergezond duivenbestand te krijgen dat steeds beter zal gaan vliegen. De Memeler is tot nu toe bij mij geen duif die als een stipje in het luchtruim gezocht moet worden. Deze duif heeft thermiek nodig om hoog te gaan. Is er geen thermiek, dan vliegen ze als postduiven hun rondjes in buurt. Vind ik overigens helemaal niet erg. Ik vind het best plezierig m'n duiven steeds te kunnen zien vliegen. Ook wanneer ik met de hond een eind het buitengebied in ga, kijk ik steeds richting mijn woning om de duiven te kunnen zien vliegen. Nu het zo goed gaat kan ik bijna niet wachten tot het prachtige weer in maart. Ik ben reuze benieuwd of de duiven straks ook een paar uur heel hoog zullen blijven, want laat er geen misverstand over bestaan, de Memeler is wel degelijk een hoogvlieger.

 

Ten slotte zou ik in alle bescheidenheid een paar tips willen geven aan mensen die met vliegduiven willen beginnen of op een ander ras over willen stappen:

 

  1.  Bedenk eerst wat je van je duiven verwacht.
  2.  Heb geduld en geef niet te snel op.

  3.  Zorg voor een goed en droog hok. Ga kijken bij andere liefhebbers om  ideeën op te doen.

  4.  Gezonde duiven is het allerbelangrijkste. Kweek daarom veel jongen en selecteer heel streng.

  5.  Vraag aan degene waar je duiven wilt kopen wat hij doet aan zogenaamde medische begeleiding.

  6.  Vraag jezelf af of je er wel zin in hebt allerlei duren medicijnen te kopen en toe te dienen.
  7.  Koop je duiven van een liefhebber die z'n hok heel erg schoon houdt.
       Houdt er dan rekening mee, dat wanneer je dat zelf niet wilt, de duiven eerst flink moeten acclimatiseren.

  8.  Het voeren is erg belangrijk. Teveel is niet goed, maar te weinig ook niet.
       Probeer hier gevoel voor te krijgen en vraag tips aan degene waarvan je duiven koopt.

  9.  Geef de duiven dagelijks een klein beetje grit en maagkiezel door het voer.
       Dit apart in een gritbakje voeren heeft veel minder effect.
       Een dergelijk bakje raakt snel vol stof en de duiven komen er niet meer aan.
10. Koop duiven die je hebt  zien vliegen.

 

            Het grappige is dat behalve de laatste tip, alle tips ook gelden voor een startende postduivenhouder. Voor postduiven geldt in plaats van de laatste tip, kijk naar de wedstrijduitslagen. 
Inmiddels zijn we anderhalf jaar en twee kweekseizoenen verder en kan ik vertellen dat het erg goed gaat met mijn duiven. Ik heb mij gehouden aan bovenstaande tips. Mijn duiven zijn een stuk beter gaan vliegen en zijn kerngezond. De enkeling die niet mee kan komen verdwijnt onmiddellijk door mijn toedoen. De kweek gaat geweldig en de duiven vliegen gemiddeld twee uur per dag. Ze gaan er iedere dag om ca 17.00 uur uit en vliegen prachtig. Met rustig weer vliegen ze heel hoog. Met sterke wind houden ze het laag. Ik selecteer nu ook op kleur, dat wil zeggen dat ik alleen witten aan houd. Zo nu en dan komt er een bont jong tevoorschijn. Dezen verkoop ik zo mogelijk. Het blijkt overigens dat het voor het vliegen niet meer uit maakt welke kleur ze hebben. Ik vind het echter mooi één kleur in het hok te hebben.
Mijn streven is nu om door te gaan met selecteren en zo mijn eigen stam op te bouwen die steeds mooier en beter word.


Ik hoop dat sommige van de lezers wat aan mijn verhaal zullen hebben. Ik ben zelf ook altijd heel benieuwd naar jullie ervaringen en tips. Wil iemand nog wat weten of met me in discussie, dan kan dat tegenwoordig heel gemakkelijk via de mail.  Mijn emailadres is  harmensita@gmail.com

 

Harm Haitsma

Sexbierum – Friesland.