Het houden van vliegduiven

 

Inleiding

De eerste onderverdeling bij duiven is die tussen wilde en tamme duiven.
De wilde duiven of oorspronkelijke duiven worden weer onderverdeeld in meer dan 300 soorten. Twee wilde soorten die in onze streek voorkomen zijn de houtduif en de tortelduif.
In dit informatieboekje beperken we ons verder tot de tamme duiven.

De tamme duiven zijn volgens de meeste wetenschappers ontstaan uit één en dezelfde wilde voorvader: de rotsduif (het geslacht Columba livia). Uit die ene voorvader is een enorme verscheidenheid aan rassen ontstaan. De honderden rassen, met per ras diverse variaties, zijn gekweekt op: grootte, kleur, tekening, vorm van de veren, lichaamsbouw, gedrag, oriëntatievermogen en vlieggedrag.

Ondanks de grote uiterlijke verschillen tussen tamme duivenrassen verschillen ze bijvoorbeeld anatomisch maar heel weinig en is de verwantschap zo groot dat ze dezelfde ziekten kunnen krijgen en bij onderling paren probleemloos vruchtbare nakomelingen.
Vanouds stond de gebruikswaarde van de duif voorop: vanwege zijn vlees, als mestleverancier en als ‘postbode’. Nu is dat voornamelijk recreatief.

In landen als Turkije en Irak werden al duizenden jaren geleden verschillende vliegstijlen of vlieguitvoeringen belangrijk gevonden. Door gerichte kweek en selectie werden de diverse vliegstijlen genetisch vastgelegd.

Onderverdeling van tamme duivenrassen:
De tamme duiven worden onderverdeeld in drie grote groepen: sierduiven, vleesduiven en sportduiven/prestatieduiven.

Sierduiven

Sier- of showduiven worden gekweekt op uiterlijk. Voor elk sierduivenras is in een rasstandaard beschreven welk type, vorm en kleur gewenst is. De sierduivenliefhebber pronkt met zijn mooiste dieren op tentoonstellingen. Hoe meer de uiterlijke kenmerken van het dier de standaard van het ras benadert des te hoger zal de keurmeester van de tentoonstelling het dier beoordelen. De sierduivenrassen worden vanwege verschillen in uiterlijke kenmerken onderverdeeld in 10 rassengroepen.
Omdat sierduiven gekweekt en geselecteerd worden op uiterlijk, hebben deze duiven het vroegere vliegvermogen verloren. Vanwege het slechte vlieg- en oriëntatievermogen worden sierduiven in volières gehouden en krijgen geen vrije uitvlucht.
Jarenlang zijn tentoonstellingsduiven bij veel duivenliefhebbers in trek geweest, maar vanaf ongeveer 1990 vinden steeds meer liefhebbers het laten vliegen van hun vogels weer aantrekkelijk.

Vleesduiven

Vleesduiven zijn altijd zware duivenrassen die worden gekweekt voor het vlees. In Nederland is het eten van duivenvlees in onbruik geraakt, maar in veel landen is duivenvlees een delicatesse.

Sport- prestatie- of vliegduiven

In de hobby duivensport zijn er diverse mogelijkheden om plezier te beleven aan sport- of prestatieduiven.
Voor een grote groep liefhebbers van sportduiven betekent het houden van duiven deelnemen aan wedstrijden, maar er zijn ook liefhebbers van sportduiven die niet kiezen voor de wedstrijdsport. Deze liefhebbers hebben zich verenigd in de VDS.
Verder kunnen sportduiven onderverdeeld worden naar vliegstijl in: snelheidsduiven (postduiven), hoogvliegers, rollers, tuimelaars, langduurvliegduiven, duikvluchtduiven, ringslagers etc.
Elke groep kent weer een verdere onderverdeling met een aantal rassen met ieder een eigen vliegstijl. Bij de groep van hoogvliegers zijn er rassen die zeer energiek en kort vliegen en andere die een rustiger vliegstijl hebben en lang in de hoogste regionen vliegen.

Duivensport kun je op veel verschillende manieren beoefenen. De overeenkomst is dat ondanks de verschillende invalshoeken alle duivenhouders graag in de vrije tijd met duiven omgaan, ze verzorgen, naar ze kijken en kweken.

Duiven waarmee vliegwedstrijden worden gehouden zijn:

Postduiven

Het meest bekend zijn postduiven waarmee snelheidswedstrijden over verschillende afstanden gehouden worden. De postduif die met de hoogste snelheid een bepaalde afstand heeft gevlogen - de meeste meters per minuut – en zijn hok binnen gaat, heeft gewonnen en krijgt daarmee voor de liefhebber veel sportieve en financiële waarde.
Duiven zijn zeer gehecht aan hun woonplek en hebben de eigenschap om die terug te vinden. Postduivenhouders gebruiken de bijzondere gave van het oriëntatievermogen van de postduif om over vele honderden kilometers het hok terug te vinden. Behalve het oriëntatievermogen zijn uithoudingsvermogen en karakter vereist om goed in een vliegwedstrijd te kunnen presteren.

Tipplers

Met de vliegtippler worden door de Nederlandse Vliegtippler Club (NVC) vliegwedstrijden gehouden in duurvliegen. Deze wedstrijden worden thuis gehouden. Er moet met minimaal drie duiven gestart worden. De wedstrijd eindigt op het moment dat de eerste duif landt. De vliegtippler vliegt volledig uit vrije wil en moet tijdens de wedstrijd in de buurt van het hok blijven vliegen. Vluchten van 12 uur zijn voor geoefende groepjes Tipplers geen enkel probleem. Om een zo lang mogelijke vliegduur te bereiken, moeten Tipplers kalm vliegen, zodat het vliegen hen zo weinig mogelijk vermoeid.

Rollers

In verenigingsverband worden met rollers zoals de Birmingham-, Oosterse- en Galatzerroller in Nederland via de Vliegroller Club Nederland (VCN) en de Nederlandse Birmingham Roller Club (NBRC) wedstrijden gehouden, zowel thuis als vanaf een vliegkist.
Liefhebbers van de rollersport genieten van duiven, die hun normale vlucht onderbreken voor het maken van rasgebonden acrobatische figuren.
Bij wedstrijden wordt het aantal keren dat de duiven figuren  (rol, schroef, molen)  maken geteld en de stijl beoordeeld.


 


Galatzers   (H. van Rossum)


Het hok

Belangrijk is dat een hok voor zowel de duiven als voor de duivenhouder een aangename verblijfplaats is.
Duiven passen zich goed aan aan hun onderkomen, zodat de huisvesting vrijwel geen problemen oplevert. Ze stellen geen hoge eisen en hechten geen waarde aan luxe, maar de huisvesting moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Voor duiven is de hoofdzaak een eigen broedhokje of eigen zitplaatsje in een tochtvrij en droog hok en een baas die hart voor ze heeft. Duiventillen zijn echter minder geschikt voor vliegduiven vanwege de - afhankelijk van het ras - natuurlijke schuwheid. Daardoor krijg je als liefhebber maar moeilijk contact met je duiven en zul je er minder van genieten.

Startende liefhebbers raad ik aan om met een eenvoudig en klein hok te beginnen. Geef het hokje een mooi kleurtje en zet er wat mooie planten naast zodat het hoekje met het hok een sieraad voor de tuin is.
Een goed hok is aangenaam, droog en heeft een goede ventilatie.
De ideale plaats voor een hok is met het voorfront gericht naar het zuidoosten, maar een andere plaats kan met enkele aanpassingen ook.
De zon is een kosteloze warmtebron, die het milieu in het hok gunstig beïnvloedt. De zonnestralen verwarmen het hok en bevorderen de luchtcirculatie, twee factoren die de droogte en de ventilatie ten goede komen.
Goede huisvesting is erg belangrijk voor de gezondheid en de conditie van de duiven. Duiven in een slecht hok (klam, vochtig en tochtig) zullen vaker problemen met de gezondheid hebben.
Het hok moet bovendien makkelijk schoon te maken zijn. Uit hygiënisch oogpunt is glad geschaafd hout en zijn triplex platen het beste voor de binnenafwerking. Voorkom hoekjes en spleetjes waar vuil zich kan verzamelen en waar je niet bij kunt.

Maak vooral als je duiven hebt die van nature vrij schuw zijn het hok of de afdelingen van een groot hok niet te groot. In kleine, niet te hoge hokken, (plafond ongeveer tien centimeter boven je hoofd) worden duiven gedwongen om de liefhebber in hun onmiddellijke nabijheid te dulden.
Met een rustige, vertrouwde benadering ervaren ze al vlug dat die nabijheid geen bedreiging vormt. Het helpt om de duiven een beetje hongerig te houden (te veel voeren is altijd verkeerd!) - vooral als je daarbij wat kleinzaad gebruikt waarop ze verlekkerd zijn - om hun natuurlijke angst te overwinnen en op die manier krijg je makkelijker tamme duiven. Een buitenren voor het hok is goed voor kwekers die geen vrije uitvlucht krijgen en om duiven wekelijks een bad te geven.
                                                                            


Duiven op een Amsterdams plat   Foto van dhr. Sijmons


Waar moet je op letten als je duiven koopt

Het eerste advies is: koop niet overhaast duiven! Voor wie met duiven houden wil beginnen, is het verstandig om zich, voordat hij duiven aanschaft, eerst goed vooraf te (laten) informeren door bij verschillende vliegduivenliefhebbers informatie in te winnen, informatie op te zoeken in boeken en op diverse duivensites. Verder is het belangrijk je aan te melden bij een duivenclub. Als lid van een duivenvereniging krijg je meer kennis van duiven en de duivensport en je hobby delen met clubgenoten is bijzonder aangenaam.

Stel jezelf de vraag waaraan een duif voor jou moet voldoen om van te kunnen genieten en welk ras bij je past. Tussen vliegduiven zijn grote verschillen in vlieggedrag maar ook in grootte, kleur, karakter en lichaamsbouw.
Vragen die je jezelf kunt stellen zijn: wil ik wel of niet gaan deelnemen aan wedstrijden, van welke vliegstijl geniet ik het meest, kan ik genieten van schuwe rassen of passen die niet bij mij etc. Bepaal verder vooraf hoeveel duiven je wilt en kunt houden en houd je hieraan!

Zoek naar kwaliteit! De kans is het grootst dat je die vindt bij een streng selecterend liefhebber. Ook is het belangrijk dat je bij de verkoper terecht kunt met al je vragen. Het is niet voldoende bij het kopen slechts te letten op het uiterlijk voorkomen. Goede vliegduiven hebben een natuurlijke gezondheid en genen met goede vliegeigenschappen (prestatiecriteria zijn: vlieghoogte, vliegduur en vliegstijl). Helaas kun je deze belangrijke eigenschappen niet aan de buitenkant zien. Om dit te ondervangen kun je de eventuele verkoper vragen een vlieggroep vrije uitvlucht te geven waardoor je een indruk krijgt van de vliegprestaties van zijn hokbestand. Verder kun je letten op tekenen van gezondheid.

Gezonde duiven zitten levenslustig, koerend en oplettend in het hok. Ze hebben veel en zacht aanvoelende veren die strak over het lichaam liggen, zo gesloten mogelijk. Ze hebben een mooie witte neus. De pootjes zijn roodkleurig en er hecht geen mest aan zowel de pootjes als aan de veren. Kijk naar en om de broedschotel als je jongen koopt. De broedschotel mag niet te nat zijn en de mest rondom de schotel moet redelijk vast zijn.
Voor een beginnend liefhebber zijn jonge duiven van 25 tot 28 dagen oud het meest geschikt. Jonge duiven van deze leeftijd zijn nog niet vliegvlug, kun je direct uitwennen op je hok, handtam maken en ze wennen veel vlugger en ook beter aan een nieuw hok dan oude. Oude duiven die je koopt , dien je vast te houden en zijn het meest geschikt om uit te kweken, maar als beginnend liefhebber heb je waarschijnlijk nog geen plaats voor een aparte kweekafdeling.

Uitwennen

Het uitwennen is niet zonder risico’s en hierbij moet je je houden aan een vast stappenplan. Belangrijk is dat je moet beseffen dat een duif het ‘terug vinden van het hok’ moet leren. De duif zal eerst het hok, de loopplank en de tuin moeten verkennen, daarna de omgeving van de tuin en van de straat en nog later het dorp etc. De beste en minst riskante manier is om de jongen zo vroeg mogelijk open hok te geven. Dat ze dan nog maar nauwelijks kunnen fladderen, is een voordeel. Laat de jongen alleen uit als ze hongerig en rustig zijn. Zijn ze gestresst door welke oorzaak dan ook, dan kun je ze beter binnenhouden, vanwege het gevaar van vervliegen.

Met enkele korrels snoepzaad kun je ze op de vliegplank lokken en vanaf die plek verkennen de jongen de eigen omgeving. De vliegplank kun je nog verlengen door met een houtklem een extra plank aan de vliegplank te bevestigen. Op de plank kun je een kleine versnapering leggen. Ze blijven dan langer op de vliegplank zitten en dat is alleen maar gunstig want: ‘duiven trekken duiven aan.’ Laat de piepers gewoon hun gang gaan. Niet forceren. Niet opjagen. Niet gedwongen buiten zetten, maar zelf laten beslissen. Als ze er de eerste dag nog niet aan toe zijn om de eerste stappen buiten het hok te zetten dan doen ze het zeker de komende
dagen.

De eerste keren zullen de jongen wat nerveus reageren en zoeken ze na korte tijd de ingang van het hok. Hou ze dan niet tegen. Op deze manier leren ze spelenderwijs hun hok kennen en groeit hun vertrouwen.
Het rondscharrelen op het dak zullen ze enkele dagen tot enkele weken doen voordat ze wat ongecoördineerd de eerste rondjes gaan vliegen. Laat ze maar lekker op het dak van het hok rondscharrelen, want een goede vliegduif vliegt altijd nog te vroeg op. Dwing niet uitgewende duiven nooit tot vliegen door ze op te jagen en laat ze niet schrikken waardoor ze in paniek kunnen opvliegen. Zodra jonge duiven enige ervaring hebben en de omgeving hebben verkend, is het risico van kwijtraken kleiner.

Bevlogen vliegduiven op een ander hok uitwennen is zeer risicovol. Ze proberen vaak terug te vliegen naar hun oude hok en zullen veelal verdwalen. Tijdens hun zoektocht raken ze tenslotte volledig uitgeput en zijn reddeloos verloren. Op een ander hok uitgewende vliegduiven zijn het meest geschikt als kwekers.

Voer

De meeste middelgrote vliegduiven kunnen met een aan het seizoen aangepaste mengeling voor postduiven gevoerd worden. Elke voerfirma heeft: kweek-, vlieg-, rui- en zuiveringsmengelingen en de goedkope vierseizoenenmengeling. Koop een handelsmengeling van het seizoen dat veelzijdig is samengesteld. Dus met veel verschillende granen (maïs, tarwe, gerst), peulvruchten (erwten en bonen) en zaden (lijnzaad, koolzaad, raapzaad). Afhankelijk van de omstandigheden d.w.z. of een duif in de winter rust, in het voorjaar kweekt, in de zomer vliegt en in de herfst ruit, heeft een duif behoefte aan een wat andere samenstelling van het voer. Er bestaan zo veel verschillende mengelingen omdat iedere voerfirma een compleet assortiment wil aanbieden en iedere duivenhouder zijn eigen opvattingen heeft over wat goed voer is voor zijn duiven.
En ook duiven hebben een eigen smaak.

Enkele tips:

Bij duiven met jongen kun je aan de kweekmengeling wat extra erwten of sojabonen en een samengestelde voedingskorrel zoals P40 of kuikenopfokkorrel (5% van het totale voer) toevoegen.
Bij duiven die vliegen kun je aan de vliegmengeling wat extra maïs en zuivering toevoegen.
Bij duiven die ruien kun je aan de ruimengeling wat extra snoepzaad toevoegen.
Bij duiven die broeden, bij milde temperaturen en in de rust- of winterperiode kan zuivering (25 tot wel 50%) door het voer gemengd worden.
Bij zware vorst meer voeren en het vetpercentage van de mengeling verhogen door extra maïs en snoepzaad toe te voegen.

Bovenstaande tips kun je gebruiken maar een veelzijdig samengestelde seizoensmengeling volstaat ook.
Populair gezegd zijn het vooral koolhydraten die een duif doen vliegen. Maïs is erg rijk aan koolhydraten en daarom is maïs terecht populair duivenvoer. Bovendien eten alle duiven het graag.

Voeren

Met voeren kun je fouten maken.
Slechte vliegprestaties zijn vaak het gevolg van te veel en/of ‘zwaar’ voer (teveel peulvruchten zoals erwten en bonen). Te veel is nog slechter dan te zwaar! Duivenvoer moet gerantsoeneerd worden, anders luisteren duiven niet en worden ze te vet; dan vliegen ze slecht, leggen de duivinnen slecht en ruien ze slecht.
Voor wat het dagelijkse rantsoen betreft, is er geen vaste maat te geven. We moeten het rantsoen van dag tot dag aanpassen aan de omstandigheden zoals: de temperatuur, of duiven vastzitten of vliegen, of duiven jongen azen of ruien. Er kan geen sprake zijn van een vaste maat, want 20 gram per duif kan, vanwege veranderde omstandigheden, vandaag te veel zijn en 25 gram morgen te weinig.

Duiven moeten de baas met de voerbus altijd graag zien komen. Als dat niet het geval is en ze onverschillig reageren, dan heb je de vorige keren zeker te veel gevoerd en moet je matiger voeren. Vliegen je duiven je pet van de kop van de honger, dan heb je de laatste dagen te weinig gevoerd en mag je iets meer voeren. Maak van het voeren het nodige werk. Gooi niet het busje voer leeg om daarna weg te lopen, maar wacht af. De beste manier is hand voor hand te voeren. Stop met voeren als ze genoeg hebben. De duiven tonen zelf of je genoeg, te weinig of te veel voert.
Alleen duiven die jongen azen en pas gespeende jongen mogen rijkelijk gevoerd worden. Een gulden regel is dat alles na 20 minuten opgegeten moet zijn, anders voer je te veel.

Voeren kun je het beste doen op vaste tijden, namelijk na het uitlaten. De meeste liefhebbers voeren de duiven een keer per dag.
Mineralen in de vorm van grit kunnen duiven geen dag missen. Je kunt het grit het beste dagelijks verversen, elke dag een kleine portie. Verder kun je vitaminen-mineralenpoeder in een bakje geven. De duiven kunnen ervan eten wat ze nodig hebben.

Als duiven de kans krijgen, eten ze graag groenvoer. In de natuur pikken ze alles: gras, granen, groentes, wormpjes en aarde. Je kunt ze in het hok ook wat groente bijvoeren zoals geraspte winterpeen, boerenkool, sla, etc..

Wegwijzer voor het uitzoeken van een duivenras.

1. Reden voor het houden van duiven:
a) Gewoon in een volière om naar te kijken en eventueel fokken voor een tentoonstelling. Ga naar 2.
b) Om wedstrijden mee te vliegen waarbij het er om gaat welke duif het snelste een bepaalde afstand aflegt. Ga naar 3.
c) Om mee te vliegen gewoon voor de lol. Ga naar 4.
d) Om wedstrijden mee te vliegen waarbij het gaat om de hoogte, tijdsduur of de vertoonde vliegfiguren. Ga naar 5.

2. Voor sierduiven in het algemeen kun je het beste contact opnemen met een plaatselijke kleindierenvereniging of sierduivenvereniging voor advies. Als je nog niet weet welk ras je wilt gaan houden is het nuttig om een landelijke tentoonstelling te bezoeken. Hier worden vele rassen geëxposeerd en dit is een goede hulp bij het maken van een keuze. Voor algemene informatie over tentoonstellingen en adressen van plaatselijke verenigingen kun je je het beste wenden tot de NBS (Nederlandse Bond van Sierduiven Liefhebbers) p/a dhr. R. Bijkerk, Rosa Caninalaan 9, 9674 EC Winschoten, tel. 0597-414314.
3. Als je duiven wilt houden voor snelheidswedstrijden, denk je natuurlijk aan postduiven. Neem dan contact op met een plaatselijke postduivenvereniging of met de NPO (Nederlandse Postduiven Organisatie) p/a Bureau NPO, Landjuweel 38, 3905 PH Veenendaal, tel. 0318-559700. 

4. Je wilt met je duiven vliegen, zonder deel te nemen aan wedstrijden, gewoon voor je plezier. Dan zijn er vele mogelijkheden.
Enkele van die mogelijkheden zijn:
a) Hoogvliegers, dit zijn duiven die in een groep of alleen hun rondjes vliegen op grote hoogte, vaak zo hoog dat ze sommige periodes van de vlucht niet te zien zijn. Enkele rassen zijn Weense-, Boedapester-, Servische-, Nederlandse- en Nikojewerhoogvliegers. De laatste zijn een solovliegers.
b) Tuimelaars, deze duiven maken tijdens het vliegen enkelvoudige achterwaartse salto's. De duiven vliegen over het geheel een stuk lager dan de voorgaande groep waardoor we beter kunnen genieten van hun kunsten. De Turkse- en Oud Duitse Ekstertuimelaar behoren tot deze groep.
c) Rollers, ook deze duiven maken achterwaartse salto's alleen meerdere achter elkaar en wel zo snel dat de verschillende salto's onderling niet te onderscheiden zijn. De Birmingham-, Oosterse- en Galatzerroller zijn de meest typische vertegenwoordigers van deze groep.
d) Duikvluchtduiven zijn voor het merendeel afkomstig uit Turkije, Griekenland en het Midden-Oosten. Het is de bedoeling dat deze duiven zich op een signaal van hun verzorger in een snelle duikvlucht naar beneden storten. Tot deze groep behoren de Dunek en o.a. de Syrische Wamduif.
e) Ringslagers worden gehouden voor hun specifieke gedrag tijdens de balts. Als de doffers bij hun vrouwtjes gelaten worden, zullen al vleugelklappend rondom hun vrouwtje vliegen. Tot de groep ringslagers behoren o.a. de Rijnlandse en Anatolische ringslager.

Voor informatie over dit soort duiven kun je contact opnemen met de VDS (Vrienden van de Vliegduivensport) p/a J. van Schalkwijk,
Woesttijgerweg 126, 3817 SN Amersfoort, tel. 033-4610120.
5. Voor het houden van wedstrijden met duiven zijn er vele mogelijkheden, wij noemen er enkele:
a) Vliegen met hoogvliegers. Voor deze sport worden o.a. de Weense-, Boedapester-, Hongaarse-, Danziger- en Stralsunderhoogvliegers gebruikt. De Deutsche Hochflug Club (DHC) organiseert hoogvliegwedstrijden.
b) Vliegen, met de bedoeling dat 3 duiven zo lang mogelijk in de lucht blijven, wordt gedaan met Tipplers. Bij dit ras zijn vliegtijden van 15 uur en langer mogelijk. Het wereldrecord staat momenteel zelfs op ruim 20 uur. De belangen van deze sport worden vertegenwoordigd door de NVC (Nederlandse Vliegtippler Club) p/a A.S. Knobbout, Jan Steenlaan 109, 6717 TB Ede, tel. 0318-631903.
c) Vliegen met duiven die tuimelen of rollen, zoals bijv. het geval is bij Birmingham-, Oosterse- en Mardinrollers en daarbij zoveel mogelijk punten verzamelen, is ook mogelijk. De vereniging die deze sport behartigd is de VCN (Vliegroller Club Nederland) p/a F.J.M.Wijn, Macropediusplantsoen 2, Gemert, tel. 0492-366219.
d) Vliegen met Birminghamrollers en het houden van zogenaamde kitvliegwedstrijden met 20 duiven. De vereniging die deze sport vertegenwoordigd is de NBRC (Nederlandse Birmingham Roller Club) p/a Pastoorsmitsstraat 38, 5491 XP Sint Oedenrode.
e) Tenslotte het vliegen met zogenaamde Ringslagers. Bij deze tak van duivensport is het de bedoeling dat de doffer onder luid vleugel geklap zoveel mogelijk rondjes om zijn duivin heen vliegt. De belangen van deze sport worden behartigd door de Nederlandse Speciaalclub van Ringslagers, Smijter en het Speeldeken p/a T. Brouwers, Meidoornstraat 27, 5271 KB, St. Michielsgestel, tel. 073-5515069
 

updated: 29/07/11