Gelderse Slenk, vriendelijk en actief ,   door Marc van der Sterren

[Rondjes] [Dubbel] [Raskenmerken] [Fokprogramma] [Links]


Ooit was de Gelderse Slenk een herkenbaar element in het Gelderse Landschap. Tegenwoordig is het een zeldzaam ras. Erg jammer, want het is een pittige, maar vriendelijke vogel. Maar niet getreurd: er is voldoende genetisch materiaal om de duif te behouden voor de toekomst.


Trekken en drijven
Hevig klapperend met zijn vleugels bedwingt de Gelderse Slenk het luchtruim om vervolgens in een imponerende drijfvlucht de aandacht te trekken van de vrouwtjes. 'Trekken en drijven', noemt de duivenmelker deze vliegeigenschappen. Een beetje stoere doffer weet daarmee steeds weer nieuwe duivinnetjes naar het nest te lokken.
Voor de Tweede Wereldoorlog was de Gelderse Slenk een populaire duif in Arnhem en omstreken. De duivenmelker liet de doffer naar hartelust duivinnen verleiden, zodat hij 's avonds duif op het menu had. Was de buit groot genoeg, dan bracht hij zijn dieren naar de markt. In die dagen bracht een flinke duif nog een mooie duit op. En was de duif 's anderendaags weer naar zijn vertrouwde nest teruggevlogen, dan kon de duivenmelker hem opnieuw te gelde maken.

Rondjes
Momenteel vliegt de Gelderse Slenk zijn rondjes nog bij zes tot zeven duivenmelkers. Wim Geraedts van de afdeling Natuur en Landschap bij de stichting Geldersch Landschap, is daar zeer tevreden mee. "Voor we aan de inventarisatie begonnen, dachten we dat het bij twee duivenmelkers zou blijven." Gezamenlijk beschikken de Gelderse duivenmelkers over zestig tot tachtig koppels. "Genetisch is dat voldoende om een fokprogramma te beginnen", weet Geraedts.
Duivenliefhebber Jaap van der Molen noemt de Gelderse Slenk een pittige, trotse vogel. Hij merkt er echter weinig van dat de Gelderse Slenk zeldzaam is. "Een half jaar geleden kocht ik zes koppels bij een duivenhouder. Die had er genoeg en duur waren ze ook niet." Van der Molen heeft een zwak voor de witte Slenk, daar probeert hij dus op te fokken. Over het formaat is hij minder zeker, hij heeft korte, middellange en lange duiven. "Het schijnt dat de lange het beste vliegt, de korte heeft een veel kortere actieradius", vertelt Van der Molen.
De duivenliefhebber noemt de Gelderse Slenk enorm actief en tegelijkertijd erg vriendelijk. "Doffers bij elkaar zetten is geen enkel probleem. Ik heb een paar Spaanse Kroppers, daar hoef ik dat niet bij te proberen. Zet je twee van die doffers bij elkaar op een plankje, dan is het geheid moord en doodslag."


Dubbel
Graag zou Van der Molen zijn ervaringen delen en genetisch materiaal uitwisselen met andere fokkers. Maar er zijn weinig contacten onderling, ervaart hij. "Het is een beetje dubbel. Van de ene kant is er veel interesse naar het dier, van de andere kant is er niks geregeld." Volgens Geraedts van het Geldersch Landschap wordt daar aan gewerkt. Binnen een halfjaar verwacht hij de populatie en de raskenmerken in kaart te hebben gebracht. Vervolgens start het Geldersch Landschap een fokprogramma op, met de eigen 22 koppels en enkele enthousiaste duivenmelkers. Zodat in de toekomst, net als in een ver verleden, de Gelderse Slenk een herkenbaar element vormt in het Gelderse landschap.

Raskenmerken Gelderse Slenk
De Gelderse Slenk bestaat in zeven tot acht kleurslagen, geel, wit, bruin en gespikkelde varianten. De duif lijkt op de Groninger Slenk, maar staat vrij rechtop. Vooral de nek is rechter dan die van de Groninger Slenk. De borst van de Gelderse Slenk staat minder ver naar voren en de duif is forser dan de Groninger Slenk.


Fokprogramma
Duivenmelkers die interesse hebben in het fokprogramma, kunnen contact opnemen met Wim Geraedts van de stichting Geldersch Landschap. Tel.: 026-3552572, of per e-mail: Wim Geraedts

Links
Meer informatie over Gelderse Slenken vind je in:
een artikel over het programma van het Geldersch Landschap