Dit kleine, slanke duifje
is afkomstig uit Hongarije. De Hongaarse naam is Egri kek keringö.
Het is een oud ras. Volgens de Hongaarse fokker Nagy kwam de Erlauer tijdens de
Turkse bezetting (1596 – 1687) al in het Hongaarse stadje Erlau voor.
Verder worden ze nog vermeld in de literatuur van omstreeks 1870.
Ze zouden destijds groter van postuur en langsnaveliger zijn geweest dan de
hedendaagse Erlauers, totdat omstreeks het eind van de negentiende eeuw het type
veranderde door inkruising met onder andere donkerschimmel Wener hoogvliegers.
De Erlauer diende in het
land van herkomst als korte afstand briefduif. Het oriëntatievermogen was
destijds al sterk ontwikkeld en bovendien vlogen ze erg snel.
Tegenwoordig zijn het, zoals met zoveel oorspronkelijke vliegduif rassen, voor
het merendeel sierduiven.
Het is een kleine, slanke,
glad bevederde, veelal donkerblauwe duif met brede banden, er bestaan ook
Erlauers voor met rode veren, met een elegante hals en beenpartij, middellange
zwarte snavel en een langgerekte trapeziumkop met vlak schedeldak. Ze hebben een
opvallend witte iris met een zwarte pupil.
De poten zijn onbevederd.
Het is kortom een elegante vliegduif met een prachtig markant kopprofiel, met de
stralende blik van een schitterend oog.
Erlauers zijn
hoogvliegers. De vliegduur varieert van een half- tot twee uur.
Bijzonder is hun vliegstijl.
Een troep Erlauers vliegt heel vlot en in nauwe formatie bij elkaar.
Spiraalsgewijs schroeven ze zich zeer snel omhoog, van middelhoog tot hoog.
Verrassend zijn de talrijke uitgevoerde zwenkingen. Door hun snelle wendingen
zijn het echte vliegkunstenaars.
Vanwege hun beperkte vliegduur kunnen ze, ook als de dagen kort zijn,
uitgelaten worden.
|
Kenmerkend voor hun
vliegstijl zijn snelheid, zwenkingen en de spiraalsgewijs snelle stijgvlucht. Ben Hafmans, 1999
De Erlauer tuimelaar (egri kčk) uit: Geflügel-Börse van aug.1996. Als enthousiaste liefhebbers van vliegduiven hadden wij al vele jaren Boedapester hoogvliegers op ons hok, later nog aangevuld met Hongaarse hoogvliegers en het pure Hongaarse ras de Szegediners. Al deze duiven boden ons veel vliegplezier. Helaas maakte het zich al maar meer uitbreidende bestand van stootvogels ons het leven zuur. Wij wonen vrijwel in het bos en de havik is daar constant aanwezig. Wat te doen? |
![]() |
We wilden niet stoppen met de duivensport en ook het houden van showvogels in een voličre vonden wij geen aantrekkelijke optie. Voor onze hoogvliegers was het echter ‘einde oefening’. Het was geen doen meer. Het verlies van zeker zeven duiven per week was een zeer teleurstellende ervaring.
Nu hebben wij in Hongarije een aantal goede duivenvrienden en na veel gesprekken en discussies werd ons aangeraden het eens te proberen met Erlauers. Want ook in Hongarije worden veel liefhebbers geconfronteerd met de zich steeds uitbreidende stootvogeloverlast. Met hulp van dezelfde vrienden slaagden wij er in om duiven te bekomen van een grootmeester op Erlauergebied, zowel op het gebied van de vliegerij als op tentoonstellingen. Trouwens ook in Hongarije wordt dit ras steeds meer bij de vliegerij betrokken, ondanks veelvuldig voorkomen op de shows. Je kunt wel zeggen dat de Erlauer, die 200 jaar geleden is ontwikkeld in de stad Eger, is herontdekt als vliegduif. De Erlauer is weliswaar nooit weg geweest, want er is altijd een vaste kern van liefhebbers bij dit ras betrokken gebleven.
Wij zullen geen tijd besteden aan een ellenlange rasbeschrijving want de standaard staat vast en is overal te raadplegen. Een ding moeten wij wel opmerken: Van de diverse kleurslagen die er in het verleden waren is er in heel Hongarije nog maar een kleurslag overgebleven en wel de blauwe met de zwarte vleugelbanden. De Hongaarse naam Egri Kek verwijst daar ook naar.
(Hierbij moet ik (vertaler HJB) een
opmerking maken; Vanaf 2008 zijn er in Nederland ook rode Erlauers te vinden.)
Overigens is de Erlauer geen tuimelaar meer, maar wordt op grond van zijn
vlieggedrag Erlauer Hoogvlieger genoemd.
De eerste jongen die wij uit onze importduiven hadden gekweekt stelden wij op een bijeenkomst van onze specialclub aan onze leden voor. Alle kenners waren ronduit enthousiast. Aan deze duiven klopte vrijwel alles. Een bijzonder punt van aandacht waren echter de ogen en vooral de oogranden. Discussie, discussie bij de ‘experts‘! Waren ze wel zwart genoeg? Waren het wel echte Erlauers? Onder het motto ‘ieder het zijne’ besloten wij toch deze dieren voor de vliegsport te gaan gebruiken. In de lucht zou wel worden uitgemaakt wat voor vliegers het zouden zijn.
Bij de opfok van de Erlauers stuitten wij op enige problemen. Hoewel problemen? De Erlauer is geen tamme duif. In het hok is hij zeer alert. Er ontgaat hem niets. Natuurlijk is dat voor een duif die vrije uitvlucht geniet een voordeel. Nogmaals, niets ontgaat hem. Hij draait voordurend met zijn kop en alles in zijn buurt wordt nauwlettend geregistreerd. Steeds op zijn hoede voor vijandelijkheden.
Een ander pluspunt is zijn grote trouw aan zijn geboorteplek en daarmee samenhangend een zeer goed oriënteringsvermogen. Waar de jonge Erlauer is uitgewend , daarheen keert hij altijd terug en alleen daar gaat hij naar binnen. Oudere dieren zijn vrijwel niet over te wennen. Een oude doffer die al jaren bij ons was en waarmee we veel hadden gekweekt, vloog na jaren, nadat hij kans had gezien te ontsnappen, terug naar zijn geboortehok. Ook in Hongarije zijn daar voorbeelden van en soms over grote afstanden.
Voor de goede orde, voor we het vergeten; Wij hebben nog nooit een Erlauer verloren aan havik of slechtvalk.
Onze eerste troep vloog na een korte uitwentijd al 1 uur en 49 minuten en in het eerste jaar liep dat op tot 2 uur en 18 minuten. Wij vinden dit lang zat, temeer daar wij weten dat in Hongarije de gemiddelde vliegduur ligt op anderhalf uur. Niettemin worden bij de jaarlijkse wedvluchten voor het Meisterschaft in Hongarije vliegtijden gemeld van 4 tot 5 uren. Maar daar zal het landklimaat in Hongarije, korte droge, warme zomers met veel thermiek, wel debet aan zijn.
Bij onze vroegere vliegrassen was het vrijwel nooit mogelijk om later losgelaten duiven bij de reeds eerder gestarte en hoog vliegende dieren te doen aansluiten. Zelfs als ze op gelijke hoogte waren gekomen sloten ze niet meer aan bij de troep. Bij de Erlauer is dat heel anders. Elke later losgelaten Erlauer gaat de troep achterna en sluit vervolgens naadloos aan. De Erlauer vertoont nog een uitgesproken natuurlijk (wild?) gedrag. De jongen zijn heel slim en leren binnen een of twee dagen om door de inspringgaten weer in het hok te komen. Dat was met andere rassen wel eens anders. Het gebeurt niet vaak, maar mocht een troep in de lucht uit elkaar raken, dat vinden ze binnen de kortste tijd weer aansluiting bij elkaar. Daarbij komt nog; ze zullen zelden op een vreemd dak landen. Natuurlijk is ook de Erlauer geen ‘superduif’, maar hij steekt wel met kop en schouders boven andere soorten uit.
De afstandelijkheid en de simpele blauwe kleurslag van de Erlauer zal niet iedere liefhebber aanspreken. Maar voor de liefhebber voor wie duiven niet urenlang in de lucht hoeven te blijven is de Erlauer een aan te bevelen duif. Hoogvliegen kunnen ze ook en in Hongarije moeten ze dat op de wedvluchten ook kunnen laten zien.
In Duitsland zien we de Erlauer ook nogal eens in de tentoonstellingskooien. Hoewel toch niet al te vaak, want veel keurmeesters weten vaak geen raad met hun oordeel. Voor hen is de Erlauer toch voornamelijk een vliegduif met een simpele kleur. Maar misschien is de bescheiden verschijningsvorm wel een geluk voor het ras. Zo zal hij in ieder geval niet gauw verworden tot alleen maar een vogel voor de show. Wie dus een eenvoudige maar zeker niet alledaagse duif op zijn hok wil hebben en wie het niet uitmaakt dat veel liefhebbers nog nooit van het ras hebben gehoord, die kunnen wij de Erlauer aanbevelen. De liefhebber heeft hierbij de zekerheid dat hij jarenlang duiven op zijn hok heeft, die een vrije uitvlucht aankunnen en verdienen. En deze mensen willen wij graag van alle informatie voorzien.
Werner en Gisela Dingeldein.
Vert. H.J.Beekveldt, augustus 2009
Een eerder verschenen artikel <<<klik hier >>>>>
updated: 08/11/09