Boedapester hoogvliegers
Oorsprong en voornaamste typen
Het slanke silhouet, de mooie kop en de fraaie stand vormen een duif die a.h.w. steeds in de starthouding staat, gereed om het luchtruim te bestormen. Het is een geweldige vlieger. Voor wie wil genieten van een uniek vliegras is de Boedapester Hoogvlieger het ras bij uitstek.
Het staat vast dat de hedendaagse Boedapester is ontstaan door selectief fokken met gebruikmaking van inkruisingen met andere duivenrassen. Hiermee moet omstreeks de periode 1914 – 1918 in Hongarije een begin zijn gemaakt. In Hongarije wordt zeer veel met hoogvliegrassen gevlogen en deze dieren waren ook in staat gedurende vele uren in de lucht te blijven.
Een bepaalde groep van fokkers werd steeds meer geboeid door de vliegduur en het was dus logisch dat ze er over begonnen na te denken hoe ze de duiven steeds langer in de lucht konden houden. Behalve met een bepaalde trainingsmethode begonnen ze ook steeds vaker de hoogst vliegende duiven aan elkaar te koppelen in de hoop dat vermogen op te voeren.
Door dit selectief fokken is het niet verbazingwekkend dat er door de slechte communicatie tussen de vele fokkers in dit grote land op verschillende manieren naar dit doel toe werd gewerkt. Het gestelde doel was het fokken van een hoog en lang vliegende duif, maar de wegen waren verschillend.
Zo hield men in de omgeving van Boedapest vast aan het aan elkaar koppelen van die duiven die het hoogst vlogen. Het ras werd daardoor wel enigszins zwakker en kon dan ook niet uitblijven dat er andere hoogvliegende rassen moesten worden ingekruist om er weer kracht en vitaliteit in te brengen. In de diverse districten in Hongarije werden daar niet steeds dezelfde soorten duiven voor gebruikt met het gevolg dat er hierdoor verschillende typen Boedapesters zijn ontstaan. Zelfs de leek ziet vrij snel het verschil tussen een zgn. Boedapester gestorkte en een zgn. Boedapester ‘Paantos’. Het ontstaan van die diverse typen zullen we nog nader onder de loep nemen, maar ik wil graag eerst even de aandacht vestigen op een onjuistheid. Veel liefhebbers spreken over soorten Boedapesters. Er bestaan echter in Boedapesters geen soorten, maar alleen typen. Het verschil zit alleen in het uiterlijk, de lichaamshouding en de daaruit voortvloeiende verschillen in vliegstijl.
In het eerste kwart van deze eeuw werden er in Hongarije al vliegwedstrijden georganiseerd. Een hoofdrol hierin speelden de bekende fokkers en liefhebbers, de gebroeders Pörltl. Mede door hen is de Boedapester bekend geworden als de levendige elegante duif met die mooie vliegstijl, in een compacte groep dicht bij elkaar blijvend en snel stijgend, tot onzichtbare hoogte. In korte tijd is deze duif de lieveling geworden van de meeste fokkers in Boedapest.
In die tijd waren er nog verschillende kleurslagen. Naast de witte met gekleurde slagpennen, gemengd met grijs, wit met getijgerd en met groene hals.
In die tijd eiste de vliegstandaard een vliegtijd van tenminste 2½ uur, waarbij er 30 minuten op onzichtbare hoogte gevlogen moest worden.
In 1943 ontstond de naam Boedapester gestorkte hoogvlieger. Jaar na jaar werden er wedstrijden georganiseerd en jaar na jaar werden de prestaties ook groter en groter. Daarom werd de vliegstandaard aangepast en veranderd in 3 uur duurvliegen met 30 minuten onzichtbaar.
Later, in 1954, werd dat 4 uur duurvliegen waarbij 60 minuten op onzichtbare hoogte verbleven moest worden. In die tijd ontstonden er veel kranshalzigen met grijze slagpennen en witte staartpennen. Deze dieren kregen steeds meer aandacht. Heden ten dage hebben de kranshalzigen een lichte of donkere groenglanzend afgetekende hals. Toen begonnen ook veel fokkers met de sneeuwwitte Boedapesters omdat deze niet alleen heel mooi waren maar ook nog zeer goed vlogen.
In 1967 besliste de Hongaarse bond definitief dat de vliegstandaard uitgebreid moest worden tot 5 uur duurvliegen met 60 minuten op onzichtbare hoogte. Tevens werd er toen een rasbeschrijving vastgelegd. Het ras werd onderverdeeld in:
Boedapester Hoogvlieger gestorkt
Boedapester Hoogvlieger kranshalzig
Boedapester Hoogvlieger sneeuwwit met krans
Boedapester Hoogvlieger sneeuwwit
Boedapester Hoogvlieger met donkere banden (Paantos)
Het ras maakte een stormachtige ontwikkeling door en vliegtijden van 8 tot 10 uur waren geen uitzondering meer, waarbij er meerdere uren op onzichtbare hoogte werd gevlogen. De Boedapester Hoogvliegers verspreidden zich snel buiten Boedapest tot over de grenzen naar Joegoslavië, Tsjechoslowakije, Roemenië, Polen, Duitsland, Frankrijk. Ook in Canada en de USA werd het ras populair.
Er worden al 20 jaar internationale vliegwedstrijden gehouden met steeds groter succes. Er kan nu zonder overdrijving worden gesteld dat de Boedapester de best vliegende duif van Europa is. Indertijd ontvingen de gebroeders Pörltl al de hoogste onderscheidingen.
Veel fokkers, misschien jaloers op deze prestaties, probeerden het vermogen van hun duiven op te voeren door het in het geheim inkruisen van bijvoorbeeld Szegediners, Hongaarse Schimmels en Danzigers. Het enige doel van deze inkruisingen was het bereiken van langere vliegtijden. Hierdoor vinden we tegenwoordig veel verschillen in lichaamsbouw. Dat deert de Boedapesterfokker echter niet, want zijn enige doel is een wedstrijdduif te bezitten die lang en zeer hoog kan vliegen, en of dat dier een platte of een ronde kop heeft, korte of lange poten, rode of witte ogen, is slechts van ondergeschikt belang. Het gaat bij de fokker alleen om de te leveren prestatie en meer niet.
Hieronder volgt nog een beschrijving van de 5 genoemde typen:
Algemene indruk: Een slanke en opvallende vogel, afkomstig uit Hongarije. Hij draagt zijn kopje trots opgeheven en door zijn opgerichte stand is het onmogelijk zich in dit ras te vergissen.
Het levendige temperament en het uitdagend op de tenen staan doet het hart van iedere liefhebber sneller kloppen.
Lichaamsbouw: Middelgroot, lengte 24 – 27 cm.; hoogte 20 – 24 cm.; middellange snavel, elegante kop en lange benen; parelogen en een prachtige gesloten gevederte en met perfecte soepele pennen in vleugels en staart.
De kop is glad, kantig maar toch afgerond, bovenkant schedel bijna plat, het voorhoofd vormt met de bovensnavel één ononderbroken lijn.
De ogen zijn parelogen en omringd door een twee-ringige oogrand van een mooi fijn weefsel. Deze oogranden behoren lichtgrijs van kleur te zijn.
De snavellengte variëerd van 15 tot 17 mm. Dus middellang en donker hoornkleurig.
De neusdoppen zijn fijn, glad, wit en licht bepoederd.
De hals komt breed uit de borst en versmald geleidelijk aan naar boven. De bovenkant vormt een vloeiende verticale lijn met de achterschedel.
De borst moet breed en goed gerond zijn. Regelmatig naar alle kanten en goed gespierd.
De rug is breed vanuit de schouder. Afhellend in de richting van de staart en versmallend.
De vleugels worden goed gesloten en op de staart rustend gedragen.
De staart is plat, middellang en smal. Ze vormt met de rug een ononderbroken lijn. De staart moet bestaan uit normaal 12 pennen.
De benen zijn middellang en breed geplaatst, dus niet eng of gespreid. De kleur is levendig rood en de nagels zijn hoornkleurig. De gebruikte ringmaat is 7 mm.
Kleur en tekening: Het lichaam van de kranshalzige heeft een geheel witte grondkleur, de hals mag donkergroen, lila of rood zijn, maar altijd heel glansrijk. De kransaftekening van de krop moet strak zijn. De slagpennen van deze variëteit zijn licht gezoomd, de staartpennen wit of gezoomd.
De gestorkte heeft een witte grondkleur, de slagpennen zijn gezoomd. De staartpennen zijn
gezoomd of wit.
De sneeuwwitten zijn logischerwijs geheel stralend wit zonder een enkele kleuraftekening.
De Paantos hebben eveneens een witte grondkleur. De slag- en staartpennen zijn gezoomd. De vleugels vertonen twee diepzwarte banden. Ook op de staart moet de zoming een duidelijke band van zo’n 5 mm. vertonen aan het eind van de pennen. De hals is licht gekrast.
Ernstige fouten zijn: een smalle borst, een te lange en/of te smalle kop, verkeerde oogkleur, rode ogen en rode oogranden, te korte, te dikke snavel of hangsnavel, slechte tekening, plomp type.
Wanneer men besluit Boedapester Hoogvliegers aan te schaffen met het doel er mee te vliegen, dient men zich eerst af te vragen welk type daarvoor het best geschikt is.
In Nederland, met vrijwel over het hele land dezelfde weersomstandigheden en grondsituatie, behoeft dat niet veel hoofdbrekens te kosten.
In Hongarije is dat bijvoorbeeld heel anders omdat de grote geografische verschillen tot klimatologische varianten leiden en hiermee wordt wel degelijk rekening gehouden.
Wat ik u wel wil aanraden; wendt u zich tot een bekende fokker. Het verdient geen aanbeveling zo maar te hooi en te gras bij Jan en Alleman Boedapesters te gaan kopen. Geef liever wat meer geld uit voor een paar goede koppels dan een heel hok vol te kopen met zg. “prima” dieren.
Een ervaren fokker zal zeker bereid zijn een nieuweling met goed materiaal op gang te helpen.
Als eindconclusie kunnen we vaststellen dat de kenmerkende eigenschap van de Boedapester de aangeboren neiging om hoog te willen vliegen is. Een eigenschap die wij door het koppelen van de beste en de sterkste vliegers trachten te handhaven en te bevorderen. Daarnaast zullen wij ook onze toevlucht moeten nemen tot een speciale training en voeding om deze aanleg te ontwikkelen en te versterken.