Oud-Hollandsche tuimelaar

 

Geschiedenis

     

De Oud-Hollandsche tuimelaar behoort tot de alleroudste duivenrassen die wij kennen.

Volgens geschiedschrijvers is de oervorm van dit ras afkomstig uit de Oriënt (het Midden Oosten/ Indonesië) en o.a. via de V.O.C. (1) naar ons land gekomen.

Uiteindelijk is het een specifiek Amsterdams en erkend Nederlands ras geworden. Voorheen aangeduid als Vedervoetige tuimelaar uit Holland, naderhand omgedoopt in Oud-Hollandsche tuimelaar.

Het ras werd bijna uitsluitend in Amsterdam gehouden en in beperkte mate daarbuiten.
Wel heeft het op verschillende wijze medewerking verleend aan het ontstaan of verbeteren van andere voetbevederde tuimelaarrassen, zoals de Berlijnse - en Keulse Vedervoetige tuimelaar en ook de Australische tuimelaar (via import van Oud-Hollandsche tuimelaars door emigranten).

Voor wat betreft het houden en fokken van alle Nederlandse tuimelaars is Amsterdam de bakermat geweest. Ook de Oud-Hollandsche tuimelaar was een zgn. platduif, een duif die voornamelijk op de Amsterdamse platten (daktillen) werd gehouden. Als vliegvogel was hij geliefd bij de Amsterdamse duivenhouders wegens zijn uiterlijk, zijn kleurvariatie en zijn laagvliegcapriolen.

Tegenwoordig is het voornamelijk een tentoonstellingsvogel. Gelukkig zijn er een aantal VDS-leden bezig met het terugkweken van de vliegduif. Zij slagen daar dankzij veel doorzettingsvermogen goed in en de eerste weer vliegende Oud-Hollandsche tuimelaars draaien weer hun rondjes boven hun hokken.

 

Raskenmerken

De Oud-Hollandsche tuimelaar heeft een typische schuitvorm (bottermodel), wat nog extra geaccentueerd wordt door de brede, diepe, wat oplopende borst en de korte, brede rug.
De korte, goed samengevouwen staart, bestaande uit 12 pennen, behoort iets naar achter toe op te lopen. De 12 staartpennen moeten zo goed gesloten liggen dat de staart van boven slechts 2 pennen breed toont.
De vleugeleinden rusten op de staart.
De voet- en dijbeenbevedering (gierhakken) is royaal ontwikkeld en vormt een waaiervormig geheel. Het totaalbeeld is een wat kleine, gedrongen duif op een verenvoetstuk. De Amsterdammers noemden het ras 'sokpoot', in tegenstelling tot de Nederlandse hoogvlieger die 'kaalpoot' werd genoemd. Het ras kent diverse kleurslagen, heeft veelal een parelkleurig oog, is hokvast, vruchtbaar en vertrouwelijk. Door zijn opvallend fraai voorkomen is het thans een geliefde showvogel geworden.

 

   

 

 

 

Vliegstijl

De Oud-Hollandsche tuimelaar is een troepvlieger.
Het is boeiend deze duiven in een dicht aaneengesloten troep (klit) te zien vliegen. Nu eens vlak boven de huizen, clan weer zo'n 30 tot 60 meter daarboven. Soms gaan ze nog aanmerkelijk hoger.
Zo'n troep Oud-Hollandsche tuimelaarls bestaande uit 20 tot 40 stuks of meer - vliegt niet in grote kringen rond, maar zwenkt, duikt en stijgt in voortdurende afwisseling.
Verbazingwekkend zijn daarbij de snelle wendingen van zo'n troep en de zijdelingse rollen van de individuele duiven. De duur van de vluchten is kort, om en nabij een half tot driekwart uur.

 

 

 

(1) V.O.C. Verenigde Oost-Indische Compagnie. Handelsscheepvaart tussen Nederland en de Oriënt in de 17e en 18e eeuw.

 

updated: 02/04/08